Kiezen voor fiscaal partnerschap kan tegenwoordig alleen nog als je een deel van het jaar een fiscaal partner hebt.
In sommige gevallen is het gunstig om in dat keuzejaar juist NIET voor fiscaal partnerschap te kiezen. Hoe weet je nu wanneer je wel en wanneer je niet voor fiscaal partnerschap moet kiezen?

Laten we voor de volledigheid bij het begin beginnen. Wanneer ben je verplicht fiscaal partner?
Dat is aan de orde in de volgende situaties:

    • Je bent in dit jaar getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan
    • Je bent in dit jaar gaan samenwonen en voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

– Jullie zijn beiden meerderjarig en hebben een notarieel samenlevingscontract afgesloten
– Jullie hebben samen een kind
– Eén van jullie heeft een kind van de ander erkend
– Op hetzelfde adres staat een minderjarig kind van één van jullie beiden ingeschreven en jullie zijn beiden meerderjarig
– Jullie hebben samen een eigen woning
– Jullie zijn bij een pensioenfonds aangemeld als pensioenpartners
– Jullie waren het voorgaande jaar al fiscaal partner

Stel: Je woont alleen tot 30 april. Op 1 mei ga je samenwonen met je vriend in zijn huurwoning en op 1 november kopen jullie samen een huis en gaan erin wonen. Jullie zijn dan fiscaal partner vanaf 1 mei, ofwel een deel van het jaar.

In dit jaar kunnen jullie kiezen voor fiscaal partnerschap.

In de meeste situaties is het gunstig om voor fiscaal partnerschap te kiezen, omdat je een groot aantal aftrekposten vrijelijk kunt verdelen, zoals inkomsten en aftrekposten van de eigen woning, betaalde alimentatie, voordeel uit sparen en beleggen, studiekosten, etc.

Onder andere in de volgende situatie is het niet gunstig om voor fiscaal partnerschap te kiezen.

Stel: In 2014 wonen twee geliefden samen (zonder notarieel samenlevingscontract) in een huurwoning en hebben dat jaar hun eerste kindje gekregen. Partner 1 heeft een inkomen van € 36.000 en partner 2 van € 12.000. Partner 2 heeft een gebitsrenovatie laten doen van € 2.000 en heeft met zijn/haar inkomen een drempel van € 198. Zonder fiscaal partnerschap is dan aftrekbaar: € 2.000 – € 198 = € 1.802. De teruggaaf bedraagt € 654.
De drempel bij fiscaal partnerschap is € 1.135, waardoor de aftrekpost € 2.000 – € 1.135 = € 865 bedraagt. Deze aftrekpost kan je vrijelijk verdelen over beide partners en zal de hoogste teruggaaf opleveren als je hem toekent aan de meest verdiende partner, partner 1 in dit voorbeeld. De teruggaaf bedraagt nu € 363.

Dit is maar liefst een verschil van € 291, enkel door het niet aanvinken van het vakje voor ‘Keuze voor fiscaal partnerschap’ in de aangifte.
Dat is snel verdiend!

Zo zijn er meer situaties denkbaar waarbij je in het keuzejaar beter niet voor fiscaal partnerschap kunt kiezen. Twijfel jij over jouw keuze? Neem dan vrijblijvend contact op met ons voor ondersteuning hierbij.